Over het belang van wetenschap

Wetenschap dient bepaalde belangen. Daar valt niet aan te ontkomen. Wetenschap wordt bedreven door mensen met persoonlijke en culturele voorkeuren en motieven. Bovendien worden de producten van wetenschappelijk onderzoek vaak geïmplementeerd in de samenleving, met effecten die vooraf te voorzien zijn. In hoeverre mogen deze belangen een rol spelen bij het sturen van de aandacht van de wetenschap?

Ik wil hierbij wijzen op een aantal gevaren waar de wetenschap voor dient te waken. Ze dreigt in haar beoefening afgeremd te worden door de invloed van een aantal corrumperende ontwikkelingen. Om aan te tonen dat de beschreven invloeden inderdaad corrumperend en remmend werken, moet er een definitie gegeven worden van de morele grondslagen van de wetenschap. De vraag die ik daartoe zal stellen is: Wat is de zin van wetenschap? Daarna zal ik mij focussen op het voorbeeld van commercialisering van de wetenschap. Aan de hand hiervan moet duidelijk worden hoe haar morele functie als orgaan van de menselijke emancipatie bedreigd wordt door belangenverstrengeling.

De zin van wetenschap

Op zoek naar de zin van wetenschap stuitten we al snel op een allereerste premisse, namelijk dát we iets te weten kunnen komen. Maar, waar ik naar op zoek ben zijn de morele assumpties (gevaar en corruptie zijn morele begrippen) die intrinsiek zijn aan wetenschap. De volgende vraag luidt daarom: Waarom willen we iets te weten komen? Hier zijn de natuurwetenschappen en sociale wetenschappen niet vanzelfsprekend onder één noemer te plaatsen (wiskunde voor het gemak buiten beschouwing gelaten).

De natuurwetenschappen leren ons de natuur meetbaar te maken en de structuur van de fysieke werkelijkheid in kaart te brengen. Het idee van vooruitgang is hierbij een drijvende factor in het aansturen van natuurwetenschappelijk onderzoek. Vooruitgang vertaalt zich in de natuurwetenschappen als met groeiende precisie de structuur van de fysieke werkelijkheid doorgronden door steeds nauwkeurig te kunnen meten. Eerdere theorieën worden steeds vervangen door betere. In vroegere tijden zouden we wellicht gezegd hebben dat we steeds dichter bij de Absolute Waarheid willen komen, maar dat idee heeft afgedaan. Hoe dan ook hebben theorieën per se een verklarend vermogen, dat ingezet kan worden om de natuur te bewerken en haar gedrag te voorspellen. Zo leren we de zaligste vruchten van moeder Natuur plukken en minder afhankelijk te zijn van haar blinde overmacht.

De sociale wetenschappen zijn zelden op zoek naar absolute conclusies. Hoewel er op fundamenteel niveau veelal een beroep wordt gedaan op specifieke aannames over de aard van de mens, krijgen ze al snel te maken met een contingente werkelijkheid van complexe menselijke relaties, die telkens om interpretatie en herinterpretatie vraagt. De stand van zaken in de wereld is geen statisch gegeven. De sociale wetenschappen zijn zich er sterk bewust van dat de uitkomst van historische ontwikkelingen in de wereld geen noodzakelijkheid is. Sterker nog, haar onderzoeksveld kan beschreven worden als het geheel van mogelijke uitkomsten van deze ontwikkelingen. De sociale wetenschappen zijn daarom van nature reflectief en daarbij leeft telkens de suggestie dat het ook anders kan. Derhalve bezitten ze behalve een verklarend vermogen ook een kritisch vermogen. Het veronderstelde doel van (kritisch) onderzoek is opnieuw vooruitgang. Vooruitgang betekent voor de sociale wetenschappen net zo goed het verklaren van maatschappelijke ontwikkelingen, als het aanpassen aan uitdagingen van vandaag de dag en het zoeken naar nieuwe ordes en nieuwe manieren van kijken. Hoe dan ook hebben theorieën per se een verklarend en een kritisch vermogen, dat ingezet kan worden om sociale ontwikkelingen te herkennen en voorspellen en alternatieven voor te dragen. Opdat we niet verdwalen en verstrikt raken in situaties waarin de mens tekort wordt gedaan.

Bij zowel de natuurwetenschappen als de sociale wetenschappen is vooruitgang een belangrijke drijfveer. We hebben nu antwoord gegeven op de vraag ‘waarom wetenschap?’, maar zitten nog steeds verlegen om een antwoord op de vraag naar de zin van wetenschap. Om deze vraag te beantwoorden, moeten we een stap buiten de muren doen. De vraag naar de zin van wetenschap kan alleen beantwoord worden vanuit het perspectief van de mens in zijn geheel, de mensheid. Om wetenschap zin te kunnen geven mogen we niet blijven steken bij een ‘la science pour la science’. Vooruitgang van de wetenschap moet dus enigerwijze bijdragen aan de menselijke soort. Wetenschap wordt traditioneel ingezet om macht te vergaren over de natuur en over menselijke ordeningen. Het nut van de wetenschap voor de mens is dat ze bevrijdt van onbegrip en onmacht. Het vooruitgangsmotief in de wetenschappen hangt daarom nauw samen met de emancipatie van de mensheid. Het project van emancipatie van de mens uit zich in de wetenschap als de zingevende veronderstelling van vooruitgang.

De zin van wetenschap is haar emancipatorische belang voor de mensheid. Dit is haar morele verantwoordelijkheid. Met name de praktische toepasbaarheid van haar verklaringen en producten en haar kritische vermogen om maatschappelijke uitdagingen te herkennen en hier oplossingen voor te bieden zijn in deze zin relevant. Vanuit deze opvatting van de zin van wetenschap wil ik nu een casus onderzoeken.

Commercialisering van de wetenschap

Zodra de wetenschap in relatie komt te staan tot de samenleving komt de vraag tevoorschijn: Welk onderzoek is waardevol voor de samenleving? Sommigen geloven dat deze vraag enkel door de wetenschap zelf beantwoordt moet worden. Dat kan zelfs als één van haar voornaamste taken gezien worden. Voorafgaande aan de vraag is enig inzicht vereist in hoe de wereld in elkaar steekt en wat daaraan verbeterd kan of moet worden. Maar zodra de wetenschap een relatie aangaat met de status quo komen allerlei belangen om de hoek kijken. Hoewel deze van zichzelf niet schadelijk hoeven te zijn en bovendien onontkoombaar zijn, mogen de klassieke condities waaronder de wetenschap opereert niet ondermijnd worden. Haar emancipatorisch belang mag niet in het geding komen.

De afgelopen jaren besteden overheden de financiering van wetenschappelijk onderwijs en onderzoek steeds vaker uit aan bedrijven en stimuleert ze marktregulatie onder wetenschappelijke instituten. De argumenten voor deze commercialisering zijn 1) dat er daardoor geld ter beschikking komt, 2) dat concurrentie de kwaliteit van onderwijs en onderzoek bevordert en 3) dat wetenschap een grotere bijdrage levert aan de maatschappij (‘la science pour la société’).

1) Natuurlijk kan wetenschappelijke excellentie economisch rendement opleveren. Bovendien hebben wetenschappers er belang bij geld te verdienen met hun onderzoek. Immers moet de wetenschapper geld verdienen om te overleven en moeten er financiele middelen beschikbaar zijn om wetenschap te kunnen beoefenen. Maar als wetenschap bedreven wordt met het doel om geld te verdienen worden de rollen omgedraaid.

2) Privatisering leidt tot concurrentie en marktregulatie binnen wetenschappelijke instellingen en universiteiten. Oftewel de markt gaat bepalen welke wetenschap en welk onderzoek waardevol is en welke niet. Dan dreigt het utiliteitsconcept equivalent te worden aan de marktwaarde. Het hoogste Goed van de economie is immers maximale winst. Ze dringt hiermee een al-te-enge invulling van het concept ‘waardevol’ op aan de wetenschap. Het economische motief neemt hier een morele vorm aan. Financieel materialisme wordt als waardeoordeel, als ethisch principe, boven alles geworpen.

3) Wetenschappelijke disciplines en onderzoek waarvan de marktwaarde niet evident is worden verwaarloosd. Bovendien betreft marktwaarde altijd de korte termijn, want winstmaximalisatie houdt zich enkel bezig met het bevredigen van behoeften op de korte termijn. De economie vraagt van de wetenschap een bijdrage aan de gemeenschap, en wel aan déze gemeenschap waar ze deel van uitmaakt. Wat niet binnen het bereik van de markt ligt, waaronder toekomstige en mogelijke alternatieve gemeenschappen, wordt niet langer gediend.

De situatie die men zou kunnen krijgen door commercialisering zijn werk te laten doen, doet denken aan de Middeleeuwen. Toen de Kerk de wetenschappen volledig controleerde. De Middeleeuwse Kerk was gevaarlijk in haar aanwezigheid: als het oog van Sauron was ze overal. Ze onderdrukte de wetenschap door haar macht kenbaar te maken met vervolging van onorthodoxe wetenschappers en censuur van geschriften. De kapitalistische economie vecht met andere wapens. Zij presenteert zich onder de valse veronderstelling dat ze moreel neutraal is. Maar in feite dringt zij zich op door de betekenis van het woord ‘waardevol’ in te vullen met een financiële taxatie volgens een platte utilistische rekensom. De kritiek en de vooruitgangsgedachte worden uit het domein der wetenschap verbannen en het emancipatorisch belang wordt teniet gedaan. Wetenschap die wordt gedegradeerd tot een productiekracht is geen wetenschap pur sang meer, maar enkel nog een onderdeel van de economie.


5 reacties on “Over het belang van wetenschap”

  1. stuf's avatar stuf schreef:

    Zie General Agreements on Trade in Services (GATS, 1995) voor plannen tot geleidelijke privatisering van publieke diensten, Bolognaverklaring (1999) voor afspraken tot bevorderen van concurrentie onder hogescholen en universiteiten binnen de EU en de invoering van de bachelor/master-structuur (2002) om beroeps- en product-gericht onderwijs te creeëren.

  2. dinantk's avatar dinantk schreef:

    You have my vote !

  3. dinantk's avatar dinantk schreef:

    als je wijst op de gevaren van veranderingen (al dan niet gefundeerd) zorg dan dat je de sterke punten in de huidige situatie benadrukt.

  4. stuf's avatar stuf schreef:

    bedankt voor het meedenken.

    ik had geen ruimte meer om een concrete schets te geven van de sterke punten van de huidige situatie. net zoals ik geen ruimte had om specifieke gevallen te noemen van waar de commercialisering haar sporen al heeft achter gelaten. dat is ook niet nodig.

    ik heb gewezen op het wezenlijke belang van de wetenschap voor de emancipatie van de mens en dit haar morele verantwoordelijkheid genoemd. en ik heb een definitie gegeven van wetenschap zoals het bedreven behoort te worden wil het zinvol zijn. als met bepaalde veranderingen deze zinvolheid wordt aangetast, mag dat toch met recht een ‘gevaar’ voor haar integriteit genoemd worden?

    ik heb het verhaal opzettelijk een hypothetisch gehalte gegeven. (hoewel het zeker serieus genomen moet worden als beschrijving van actuele ontwikkelingen)

  5. dinantk's avatar dinantk schreef:

    ik geef alleen de raad om goed voorbereid te zijn.
    het is prima zo !


Geef een reactie op stuf Reactie annuleren